De Beginselen van de VVD
De Beginselen van de VVD De VVD is een liberale partij en haar politiek handelen is dus gebaseerd op het liberalisme.
De principes van de liberale gedachten zijn vastgelegd in de volgende 5 grondslagen:
Vrijheid
De VVD gaat ervan uit dat mensen zelf het beste weten wat goed voor hen is en wat zij willen. Dat betekent dat de VVD over het algemeen zal streven naar keuzemogelijkheden voor elk individu.
Omdat “de vrijheid van het ene individu ophoudt daar waar de vrijheid van het andere individu begint” leidt een onbeperkte vrijheid van het individu makkelijk tot konflikten met andere individuen of met de gehele samenleving. Door middel van wet- en regelgeving zullen er dus grenzen moeten worden gesteld aan de individuele vrijheid en de VVD is van mening dat iedereen zich aan die regels moeten houden, zelfs als iemand het niet helemaal met die regels eens is.
De VVD ziet het als haar uitdaging om het goede evenwicht te vinden tussen de (keuze-) vrijheid van het individu en de taak van de overheid om bepaalde dingen voor iedereen te regelen. In de praktijk komt dat er vaak op neer dat de VVD tegen regels is die de burger ten onrechte beperken in zijn of haar keuzevrijheid.
Verantwoordelijkheid
Vrijheid en verantwoordelijkheid gaan hand in hand. Om te voorkomen dat individuen vrijheden claimen die ten koste gaan van de vrijheid van anderen, moet iedereen de verantwoordelijkheid nemen ten opzichte van medemensen en de maatschappij. Dat betekent dat iedereen respect moet tonen voor andermans leven, bezit en keuzes.
Verantwoordelijkheid slaat echter niet alleen op het gedrag ten opzichte van de medemens en de maatschappij, maar ook op de plicht om zoveel mogelijk voor zichzelf te zorgen. Dat betekent dat individuen hun zorgen en behoeften niet op anderen mogen afwentelen als ze er zelf goed voor kunnen zorgen.
De VVD zal er naar streven om de burgers zoveel mogelijk hun eigen verantwoordelijkheid te laten nemen. Daarom zal de VVD er steeds op toezien dat de overheid zich richt op het stimuleren van burgers om die verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk te nemen. De VVD zal de uitdaging aangaan om duidelijk te maken dat deze opstelling niet hard en asociaal is, maar juist zorgt voor een goede balans tussen geven en nemen tussen individuen en hun medeburgers.
Verdraagzaamheid
De kern van het begrip verdraagzaamheid is dat iedereen uniek is en ook het recht heeft om uniek te zijn. Verdraagzaamheid is niet alleen door middel van regels af te dwingen, het behoort een innerlijke norm te zijn. Mensen horen uit zichzelf anderen de vrijheid te geven om “anders” te kunnen zijn, zelf als dit andere gedrag hen niet bevalt.
De VVD is een groot voorstander van regelgeving om onverdraagzaamheid tegen te gaan of te verbieden. Liberalen zijn over het algemeen van mening dat we er niets mee opschieten als de overheid grote keuze vrijheden mogelijk maakt, als die vrijheden vervolgens weer worden beperkt door intolerantie van medeburgers.
Sociale rechtvaardigheid
Sociale rechtvaardigheid behelst het streven om voor iedereen in de samenleving een menswaardig bestaan te garanderen. De maatschappij moet niet gekenmerkt worden door het “recht van de sterkste” of een “voortdurende strijd om te overleven”. Mensen die niet geheel voor zichzelf kunnen zorgen moeten de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben.
De VVD zal ernaar streven dat zoveel mogelijk mensen voor zichzelf kunnen en zullen zorgen. Voor die mensen die dat niet zelf kunnen dient de overheid te zorgen voor een menswaardig bestaan. Maar daarbij is het erg belangrijk dat de personen die geholpen worden ook daadwerkelijk niet voor zichzelf kunnen zorgen. De VVD vindt dat mensen altijd de verantwoordelijkheid dienen te nemen om voor zichzelf te zorgen, en pas als dat echt niet gaat een beroep kunnen doen op anderen en de overheid.
Gelijkwaardigheid
Gelijkwaardigheid is de liberale tegenhanger van het socialistische “gelijkheidsideaal”. Liberalen respecteren het feit dat alle mensen uniek en dus verschillend zijn. Voor liberalen is een gelijke behandeling voor iedereen juist onrechtvaardig omdat dat geen rekening houdt met de verschillen tussen mensen.
Gelijkwaardigheid komt bij liberalen naar voren in het streven om iedereen zich in alle vrijheid te laten ontplooien. Iedereen moet gelijke kansen krijgen, maar het is aan het individu om gebruik te maken van deze kansen.
VVD politici zullen proberen in wet- en regelgeving zoveel mogelijk uit te gaan van de gelijkwaardigheid tussen mensen om op die manier de vrijheid van de burger zo groot mogelijk te houden, verantwoordelijkheid en verdraagzaamheid te stimuleren en de sociale rechtvaardigheid te garanderen.
Beginselverklaring van de VVD
Beginselverklaring van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie
ARTIKEL 1 De grondslag van de VVD
De volkspartij voor Vrijheid en Democratie staat als liberale partij open voor een ieder die de overtuiging heeft, dat vrijheid, verantwoordelijkheid, verdraagzaamheid, sociale rechtvaardigheid en de gelijkwaardigheid van alle mensen de fundamenten behoren te zijn van elke samenleving. De beginselen die uit deze overtuiging voortvloeien, aanvaardt zij als grondslag van haar politiek.
ARTIKEL 2 De mens
Elk mens is een unieke persoonlijkheid, die daarom de mogelijkheid moet hebben zich met besef van zijn verantwoordelijkheid voor anderen, de gemeenschap en de omgeving waarin hij leeft, te ontplooien naar eigen aard, aanleg en levensovertuiging. Aangezien hij leeft in een gemeenschap van gelijkwaardige medeburgers, moet hij de bereidheid hebben anderen te nemen zoals zij zijn en waar mogelijk met hen samen te werken ten behoeve van de samenleving.
ARTIKEL 3 De samenleving
Een veelvormige samenleving, die bovenal gekenmerkt behoort te zijn door naastenliefde en erkenning van de menselijke waardigheid, biedt de beste voorwaarden voor de verwezenlijking van dit liberale mensbeeld.
ARTIKEL 4 De vrijheid
Een zo groot mogelijke vrijheid van de mens, zowel in geestelijk en staatskundig als in materieel opzicht, is een onmisbare voorwaarde voor zijn ontplooiing. Deze vrijheid komt ieder mens toe zonder enige vorm van discriminatie. Bij het gebruiken van die vrijheid moet de mens zich verantwoordelijk weten voor zijn medemensen, die evenzeer recht hebben op een zo groot mogelijke vrijheid. Tevens moet hij rekening houden met de belangen van toekomstige generaties.
ARTIKEL 5 De rechten van de mens
De mens is geestelijk vrij als hij in woord, geschrift en gedrag uiting kan geven aan zijn gevoelens en opvattingen, zich naar eigen verkiezing kan bewegen en met anderen van gedachten kan wisselen. H ij dient daarbij de rechten en gevoelens van anderen te respecteren. Hij heeft recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. De staatkundige vrijheid van de mens kan slechts verzekerd zijn in een bestel waarin het gezag van de uitvoerende machten is gegrondvest op het vertrouwen van vertegenwoordigende lichamen, op democratische wijze gekozen op basis van evenredige vertegenwoordiging. Voor verwezenlijking van de vrijheid in materieel opzicht is een maatschappij vereist waarin een ieder uit overwegingen van sociale rechtvaardigheid bereid is offers te brengen ten behoeve van hen, die deze vrijheid nog niet deelachtig zijn. Bij het streven naar de verwezenlijking van deze vrijheid behoort richtsnoer te zijn de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die op 10 december 1948 door de derde Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd aangenomen.
ARTIKEL 6 Ontplooiing door onderwijs
Alle mensen behoren gelijkwaardige mogelijkheden tot ontplooiing te krijgen. Gelijke rechten op onderwijs van hoge kwaliteit in elke levensfase zijn daartoe onmisbaar. Er dient voor ieder mens onderwijs te zijn, dat inspireert tot het verwerven van bij zijn eigen aard en aanleg passende kennis en vaardigheden. Het onderwijs dient daarom gericht te zijn op ontplooiing van de persoonlijkheid en de ontwikkeling van burgerzin; het moet de voorwaarden scheppen om als volwaardig burger in de gemeenschap te kunnen functioneren. De overheid waarborgt de vrijheid van onderwijs en de gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. De instandhouding en verdere ontwikkeling van inrichtingen van openbaar en daarmee gelijk te stellen algemeen bijzonder onderwijs, waarin de veelvormigheid van de Nederlandse samenleving het beste weerspiegeld wordt, heeft grote betekenis.
ARTIKEL 7 De sociale markteconomie
De vrijheid van de mens komt het best tot uiting in een sociale markteconomie, gegrond op vrije, gedecentraliseerde ondernemingsgewijze produktie en onderlinge mededinging, zowel in de produktie als op de arbeidsmarkt.
ARTIKEL 8 De plaats van de arbeid
De mens die daartoe geestelijk en lichamelijk instaat is, dient zich in beginsel zijn vrijheid in materieel opzicht te verwerven door het verrichten van arbeid tegen beloning, hetzij als zelfstandige, hetzij in loondienst. Het deelnemen aan het arbeidsproces is geen doel op zichzelf, maar een onvervangbaar middel om verschillende doeleinden te verwezenlijken. Verschillen in beloning zijn slechts gerechtvaardigd als zij voortvloeien uit verschillen in inspanning en verantwoordelijkheid, uit de aard van de werkzaamheden, de wijze waarop deze worden verricht en uit het maatschappelijk nut van de arbeid. Uit een oogpunt van sociale rechtvaardigheid behoort te worden bevorderd dat een ieder die kan werken, die gelegenheid krijgt menswaardige en zinvolle arbeid te verrichten, die zo dicht mogelijk aansluit bij zijn wensen alsmede zijn verworven kennis en vaardigheden. Ook voor hen aan wie die gelegenheid niet kan worden geboden, en voor hen die geen betaalde arbeid (meer) kunnen verrichten, alsmede voor hen die vrije maatschappelijke diensten willen verlenen, dient een menswaardig bestaan te zijn verzekerd, evenals voor hen die pensioengerechtigd zijn.
ARTIKEL 9 De democratische rechtsstaat
Het handhaven van de rechtsstaat en van een democratisch staatsbestel vormt een onmisbare voorwaarde voor de vrijheidsbeleving van de burgers. Alleen in een rechtsstaat immers hebben alle burgers gelijke rechten en worden hun grondrechten gewaarborgd, terwijl zij verzekerd zijn van een onafhankelijke rechtsbedeling, ook ten opzichte van de overheid. Het behoort tot de wezenlijke kenmerken van een democratie, dat iedere stemgerechtigde burger invloed kan uitoefenen op de samenstelling van de vertegenwoordigende lichamen; de leden van die lichamen oefenen hun taak evenwel uit in onafhankelijkheid van die burgers. In een ware democratie worden de besluiten bij meerderheid van stemmen genomen; daarbij wordt rekening gehouden met de opvattingen van minderheden. Beleidsvoorbereiding en besluitvorming worden gekenmerkt door een geest van openheid, waarbij de burgers tijdig zo volledig mogelijk worden geïnformeerd en zij voor wie het te nemen besluit gevolgen heeft, de gelegenheid krijgen tot inspraak. Achteraf dient democratische verantwoording te worden afgelegd over de gronden die tot het besluit hebben geleid. Een ware democratie kenmerkt zich voorts door een zo ver mogelijk doorgevoerde decentralisatie, opdat het bestuur zo dicht mogelijk bij de burgers staat.
ARTIKEL 10 De constitutionele monarchie in Nederland
Hoewel de parlementaire democratie naar liberale opvattingen ook in andere staatsvormen kan functioneren, is voor Nederland de constitutionele monarchie onder het Koningshuis van Oranje, zoals deze zich in onze geschiedenis heeft ontwikkeld, de meest aangewezen staatsvorm.
ARTIKEL 11 De taak van de overheid
Het is de plicht van de overheid er voor te zorgen dat een ieder een zo groot mogelijke vrijheid geniet. Taken die in de samenleving als belangrijk worden onderkend en die niet of niet zelfstandig door individuen of groepen kunnen worden vervuld, behoort de overheid te stimuleren dan wel op zich te nemen. Aldus zijn de taken van de overheid als beschermend en dienend orgaan van de individuele mens, gemeenschap en samenleving bepaald en begrensd.
ARTIKEL 12 De internationale rechtsorde
Het streven naar een internationale rechtsorde, waarin de rechten van de mens worden geëerbiedigd, is van doorslaggevende betekenis voor vrede in vrijheid en moet worden bevorderd door bondgenootschappelijke samenwerking tussen landen die dezelfde doeleinden beogen, en door deelneming in het werk van internationale organisaties. Liberalen inde gehele wereld werken daarbij zoveel mogelijk samen ter verwezenlijking van hun beginselen.
Ontwikkelingssamenwerking is gericht op het bevorderen van vrijheid, in de eerste plaats in materieel opzicht, heeft op langere termijn ten doel de zelfstandige kracht van de mensen in de ontwikkelingslanden te versterken en geeft blijk van de liberale geest van broederschap.
Vastgesteld door de algemene vergadering te Nijmegen (55e), Rotterdam (56e) en Enschede (57e) op respectievelijk 30 en 31 mei, 29 en 30 augustus en 5 en 6 september 1980. De algemene vergadering te Venlo (98e) op 23 en 24 mei 1997 heeft de beginselverklaring herbevestigd.
